Ik voel mij verantwoordelijk voor iedereen

Ik voel me zo verantwoordelijk voor iedereen.

Dit zijn woorden van een cliënt van mij. Mooi dat je je zo verantwoordelijk voelt maar niet als er een volgende uitspraak op volgt: ik denk altijd dat een ander meer rechten heeft, ik wil de familie bij elkaar houden, ik wil voor iedereen alles regelen en oplossen.

Ik besloot een familieopstelling te doen. Ik pakte een aantal poppetjes. De cliënt mocht bepalen welk poppetje een familielid representeerde.
Denkbeeldig maakte ze een cirkel, haar wereld. Ze zette zichzelf (ze is de oudste van de drie kinderen) bijna tegen de rand van de cirkel, haar ouders achter haar, haar zus rechts van haar, haar broer links van haar maar met een grote afstand, en oma stond achter haar ouders.

Ik liet haar naar de opstelling kijken maar eerst uit de ogen toen ze nog een kind was. Ze vertelde het volgende hierover. Haar zusje staat dicht bij haar. Ze kon goed met haar zusje opschieten. Haar broertje ging altijd zijn eigen weg en had wat minder contact met hem. Maar ze was er wel voor hem als hij haar nodig had. Haar moeder is erg nuchter en is een goede zorgzame moeder.
Haar moeder komt uit een gezin dat je er voor je gezin moet zijn en zo goed mogelijk moet doen wat er van je verwacht wordt. Haar vader nam haar altijd mee en stimuleerde haar om alles wat ze doet dat ze dat goed moest doen, sporten, goede cijfers halen. In haar pubertijd had ze een keer een dikke onvoldoende gehaald op haar cijferlijst maar durfde dit niet te vertellen aan haar ouders. Zij kwamen er pas achter tijdens het ouderavondgesprek. Haar oma was een sociale oma die altijd een pan soep klaar had staan voor de aanlopers. Ze was ook een oma die niet over haar gevoelens praatte, harde werkster op de boerderij.

Nu mocht ze door de ogen van de volwassene kijken en mocht ze de poppetjes een andere plek geven hoe de situatie nu is. Ze plaatste haar zus en haar zwager weer rechts van haar, want die zijn nu samen een paar.
Cliënt vertelde: ik kan nog steeds heel goed met mijn zus overweg. We begrijpen elkaar en zijn er voor elkaar. Ze zit momenteel ook niet lekker in haar vel en we steunen elkaar.
Met de vrouw van mijn broer, daar heb ik een betere band mee dan die met mijn broer, links van haar en haar broer ernaast maar niet zo dichtbij. Hij heeft zo’n eigen mening en begrijpt mij niet. Hij neemt mij niet serieus.
Haar ouders stonden nu dicht achter haar, bijna naast haar. Als je het op een afstand bekeek dan stond mijn cliënt in het midden van de rij van familie. Weer mocht ze kijken hoe haar gewenste opstelling eruit mocht zien.
Mijn cliënt zei dat dit niet meer paste. De opstelling moest anders worden.

Ze plaatste zich zelf nu in het midden van de cirkel met haar gezicht naar haar familie.
Haar inzicht was het volgende: ik hoef helemaal niet meer voor iedereen te zorgen en me zo verantwoordelijk te voelen voor iedereen. Mijn broer en zus hebben nu een partner. Ze kunnen het samen zonder mij. Mijn ouders mogen mij zien zoals ik ben. Ik mag gezien worden, ik heb ook mijn rechten in de familie. Nu ik in het midden sta met mijn gezicht naar hun kan ik veel beter overzien of ze wel of niet mijn hulp nodig hebben, ik kan op afstand observeren. Mochten ze mijn hulp nodig hebben dan kunnen ze me het altijd vragen. Ik hoef me niet schuldig te voelen. Ik ben in staat om mijn eigen grenzen aan te geven. Ik wilde en organiseerde ook van alles om de familie bij elkaar te houden maar als de familieleden andere plannen hebben dan moet dat gewoon kunnen. Ze hebben een eigen leven. Ik heb me als oudste kind verantwoordelijk gevoeld voor de hele familie, dat hoeft niet.

Het is toch weer geweldig hoe mijn cliënt zich een andere plaats gaf in de familie. Natuurlijk valt er nog te onderzoeken waar dan dat verantwoordelijkheidsgevoel vandaan komt. Maar mijn cliënt was tevreden met dit inzicht.


We kunnen als kind een verantwoordelijke plaats innemen in de familie. Dit kan zoveel oorzaken hebben waardoor je dit onbewust hebt besloten. Je wilde lief en gehoorzaam gevonden worden, je ouders zeiden dat jij als oudste kind een voorbeeld moest zijn, je wilde anderen van de familie beschermen, de lat werd hoog gelegd door ouders, verzorgers of door school. Er kan van alles gebeurd zijn waardoor jij die overtuiging jezelf hebt eigen gemaakt. Dat is wat je vaak als kind doet om een beloning te krijgen van goed gedrag. Lief zijn en doen want je ouders van je willen.
(Met de beste intentie van de ouders overigens.) En zo kan die overtuiging een beperkende overtuiging voor je worden in het nu: ik voel me verantwoordelijk, ik ben niet gezien of gehoord, eerst een ander dan pas ik enz.

Voor mijzelf ook weer prachtig om deze sessie te mogen doen en dankbaar voor het vertrouwen die mijn cliënt in mijn had. 

Wil jij ook graag weten wat jouw plaats is in jouw persoonlijke omgeving dan is een familieopstelling misschien ook iets voor jou. Neem gerust contact met mij op of stel je vraag via het contactformulier (zie contact). 

Hartegroet, Ilse